Discussie over afvalinzameling
verdient zuivere beeldvorming

Afvalbeleid is een belangrijk thema bij de komende verkiezingen. Maar de discussie kan wel wat Twentse nuchterheid gebruiken.

De verkiezingen voor de gemeenteraden komen snel dichterbij. In het kader van de actie ‘teken voor 80%’ gaat deze krant in samenwerking met het lokale tv-station op zoek naar de drijfveren van de Enschedese burger. In een onderzoek werd inwoners gevraagd naar de belangrijkste onderwerpen met het oog op de verkiezingen. Veiligheid, armoede, zorg, groei en werkgelegenheid, allemaal belangrijk, maar afvalinzameling staat toch echt met stip op één. Afvalinzameling? Hoe kan zo iets eenvoudigs opeens zo belangrijk worden? Jarenlang was afvalinzameling een ‘probleem’ dat was opgelost. Het werd op een efficiënte manier ingezameld in opdracht van de gemeente.

Aandrang

Sinds kort zijn gemeenten zich bewuster geworden van de noodzaak om minder afval te verbranden. Dat lukt beter als burgers met enige aandrang gemotiveerd worden om afval afzonderlijk in te leveren, zodat er minder restafval over blijft. Met name het onaantrekkelijker maken van het aanbieden van restafval wekt tegenreacties op. Discussie in Hengelo over plaatsen waar dat restafval straks kan worden ingeleverd, discussie in Enschede over afval dat naast inzamelplaatsen wordt gedumpt en zorgt voor verloedering van de buurt. Deze krant werkt zelfs mee aan een website waarop burgers hun foto’s van afvalpuinhopen kunnen insturen. Regelmatig worden de fraaiste voorbeelden in de krant geplaatst. Het afval levert voor de krant een mooi visueel en dus mediageniek verhaal op.

Voorbeeld

Het levert mij een voorbeeld op dat ik kan gebruiken om studenten twee verschijnselen uit te leggen: ‘framing’ en ‘selectieve waarneming’. Framing laat zich moeilijk uit het Engels vertalen, maar betekent zoiets als dat je door woorden of beelden die in je hoofd zijn opgeslagen bepaalde situaties die je tegenkomt vooral ziet als een voorbeeld van wat al in je hoofd zit. Door in de krant beelden te zien van de afvalpuinhopen die door het gemeentelijk beleid zijn ontstaan, ontstaat een frame in je hoofd. Als je dan afval ziet liggen denk je al snel: ‘kijk, ook hier faalt de gemeente weer’. Op mijn dagelijkse fietstocht kom ik langs twee ‘hotspots’ waar regelmatig afval ligt. De hoeveelheid afval is er wel toegenomen, maar ook voordat het afvalbeleid van de gemeente werd veranderd was het daar regelmatig een puinhoop. De beelden die van die plekken nu in de krant komen worden echter zonder die kanttekening onderdeel van de discussie.

Fietsrit

Bij selectieve waarneming gaat het erom dat de website uitnodigt om juist beelden van vervuiling te plaatsen. Mijn dagelijkse fietsrit is 6 kilometer lang. Als ik elke 100 meter een foto maak zijn dat 60 foto’s. Op een slechte dag is er op drie of vier van die 60 foto’s een verzameling afval te zien, op 56 of meer ziet alles er keurig uit. Op een goede dag staat misschien op één foto wat afval. Ik heb serieus een keer overwogen om 60 foto’s te maken en ze in te sturen, om te zien of er één de krant zou halen.

Waar het om gaat is dat we door de beelden in ons hoofd minder goed zien hoe schoon het op veel plaatsen eigenlijk is. Ik wil niet beweren dat het afvalbeleid geen problemen met zich meebrengt, maar de discussie hierover kan wel wat Twentse nuchterheid gebruiken, in combinatie met wat inzicht in hoe problemen in ons hoofd soms wat groter lijken dan ze eigenlijk zijn.

Auteur is als universitair docent beleidswetenschappen verbonden aan de Universiteit Twente.

Volledig scherm
© Annina Romita