Is dementie nu opeens volksvijand nummer 1?

Dementie staat sinds kort met stip op 1 als oorzaak van overlijden. Klopt dat of vertellen de statistieken misschien niet het hele verhaal?

 Wie leeft, gaat ooit een keer dood, dat is zeker. Alleen naar het tijdstip en de oorzaak is het nog gissen. De oorzaken worden in ons land netjes bijgehouden door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Wellicht is het u niet ontgaan: sinds kort staat dementie met stip op nummer 1. Ook een te hoog cholesterolgehalte en alcoholverslaving zijn sterk als doodsoorzaak gestegen. Nu lijden er steeds meer mensen aan dementie, maar dat is een geleidelijk proces. Grote veranderingen in statistieken hebben vaak een andere reden. Dat is ook hier zo. Sinds 2013 wordt de registratie uitgevoerd door een computerprogramma, terwijl het voorheen met de hand door codeurs werd gedaan. Een computeralgoritme werkt altijd op dezelfde manier en is dus betrouwbaarder dan mensen. Codeurs zijn weliswaar experts, maar vertonen ook menselijke trekjes zoals een verslapte aandacht, eigen interpretaties en het maken van fouten.

Consequent

De computer werkt dus consequent, maar dat kan nooit alleen verklaren waarom bepaalde overlijdensoorzaken ineens met stip op de ranglijst stijgen. Onlangs verschenen onderzoek wijst uit dat er ook anders wordt omgegaan met situaties waarin verschillende factoren bij het overlijden een rol spelen. Bij overlijden spelen vaak achtergrondfactoren een rol die al lang aanwezig zijn. Dementie is een voorbeeld. De ziekte ontwikkelt zich langzaam en je gaat er niet acuut aan dood. Naast die achtergrondfactoren is er vaak ook een meer kortstondige oorzaak, bijvoorbeeld een longontsteking of verslikking. In de praktijk zorgt de combinatie van die factoren er voor dat iemand komt te overlijden. Zonder verzwakking door de dementie zou de longontsteking niet dodelijk zijn geweest en de verslikking is vaak het gevolg van de verminderde lichamelijke controle door de dementie. Er kan in de statistiek echter maar één doodsoorzaak worden opgenomen. 

Keuzeprobleem

Er ontstaat dan een keuzeprobleem: wordt het de acute factor of de achtergrondfactor? Mensen zijn geneigd meer gewicht aan de acute factor toe te kennen. Dat is namelijk iets dat kort voor het moment van overlijden gebeurt. Het computerprogramma is geïnstrueerd meer gewicht aan de achtergrondfactoren toe te kennen. Vandaar dat dementie, cholesterolgehalte en alcoholverslaving zo veel vaker als oorzaak in de statistieken komen. Je kunt je afvragen of het verstandig is dat offi­ciële statistieken, die vaak worden gebruikt om er beleid op te baseren, op dergelijke wijze door tamelijk willekeurige keuzes worden beïnvloed. 

Achtergrondfactoren

Het is prima dat achtergrondfactoren worden meegenomen als we goed zicht willen krijgen op zoiets belangrijks als het overlijden van mensen. Iedereen zou zich moeten realiseren dat we als mens geneigd zijn dit soort factoren over het hoofd te zien. Ze zijn daarentegen ook niet fundamenteel belangrijker dan de acute factoren. Als twee factoren alleen samen tot een gevolg leiden, dan is het onzinnig om één van de twee als enige factor te registreren. Systematisch kiezen voor de ene factor zorgt er voor dat de andere factor onvoldoende in de statistieken belandt. Dat zorgt er voor dat in het beleid onvoldoende met die oorzaak rekening wordt gehouden. Het is, kortom, hoog tijd dat er in statistieken ruimte komt om aan te geven dat combinaties van oorzaken bij een overlijden een rol speelden. Het enige ongemak daarbij is dat er opgeteld meer oorzaken zullen zijn dan overleden personen. Daar valt mee te leven.

Auteur is universitair docent beleidswetenschappen aan de Universiteit Twente.

Volledig scherm
© Annina Romita