Klant van zorgbedrijven verdient extra bescherming

Gemeenten moeten bij aanbesteding van zorg de kwaliteit van de dienstverlening waarborgen, in naam van de burger. 

Ophef vorige week over de aanbesteding van zorg door het merendeel van de Twentse gemeenten. Onderzoek uitgevoerd in het kader van een zeer informatieve serie in deze krant bracht aan het licht dat zorgondernemers soms grote bedragen uitlenen aan familieleden en desondanks in aanmerking komen voor contracten. Tegen de achtergrond van een aantal gevallen van fraude leidt zo’n bericht gegarandeerd tot rumoer en vragen in gemeenteraden en de Tweede Kamer. Een woordvoerder van de gemeenten antwoordde op de ophef: ‘Voor de aanbesteding is het niet verboden verstrekte leningen te hebben uitstaan. Dat kale feit is onvoldoende reden om een partij uit te sluiten’.

Waarom aanbesteding

Als je zoiets leest dan is de eerste reactie vaak: ‘Dat kan toch niet waar zijn?’ De onderzoeker in mij vraagt zich vervolgens meestal af: ‘Zou het toch zo kunnen zijn dat er goede redenen zijn om er zo mee om te gaan?’ Om te snappen wat er aan de hand is, moeten we terug naar de reden waarom er überhaupt een aanbesteding wordt georganiseerd. Dat is een gevolg van het zorgstelsel, waarin gekozen is voor marktwerking. Zorg wordt niet verleend door overheidsorganisaties, maar door bedrijven die eigendom zijn van zorgondernemers. De veronderstelling achter dit systeem is dat bedrijven die op een markt opereren door concurrentie de zorg tegen minder kosten kunnen leveren dan organisaties die niet aan concurrentie onderhevig zijn. 

Spelregels marktsysteem

De keuze voor het marktsysteem brengt een aantal spelregels met zich mee. Bedrijven zijn in principe vrij in hoe ze hun diensten organiseren en leveren (dat geeft hen speelruimte om beter te zijn dan de concurrentie), ze zijn vrij in hoe ze hun geld besteden, zolang ze de gecontracteerde diensten maar leveren, en er dient een vrije toegang te zijn tot de markt. Die laatste regel is belangrijk om ervoor te zorgen dat iedereen een eerlijke kans krijgt om de concurrentie aan te gaan met bestaande aanbieders. Het aanbestedingsrecht is er dan ook deels op gericht barrières voor toetreding tot de markt weg te nemen. Als we een zorgondernemer tegen deze achtergrond vergelijken met een willekeurige andere ondernemer, zeg een aannemer, dan wordt de werkwijze van de gemeenten wellicht wat minder onbegrijpelijk. Als een aannemer grote bedragen uitleent aan familie of bekenden, dan zal dat zeker geen reden zijn om hem of haar bij een aanbesteding een contract te weigeren. Zolang er maar geleverd wordt volgens het contract, is de aannemer vrij om met zijn geld te doen wat hij wil.

Bescherming burger

Zijn er dan toch geen redenen om er bij zorgverlening anders mee om te gaan? Anders dan in een gewone markt is in de zorgmarkt de financier en contractpartij (in dit geval de gemeente), iemand anders dan de echte klant van het bedrijf. Dat is namelijk de burger aan wie zorg wordt verleend. Een klant die zelf over de centen gaat, kan met de hand op de knip de dienstverlener tot de orde roepen als er onvoldoende kwaliteit wordt geleverd. Als het contract daarentegen door een andere financier wordt gesloten dan heeft de klant dat machtsmiddel niet. Het is daarom de dure plicht van de gemeenten om, ter bescherming van de burger, zo goed mogelijk vooraf zeker te stellen dat kwaliteit geleverd zal worden. Dat rechtvaardigt zeker een meer proactieve opstelling van de gemeenten bij de genoemde aanbestedingen.

Auteur Pieter-Jan Klok is als universitair docent beleidswetenschappen verbonden aan de UT.

Volledig scherm
© Annina Romita