Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) ging 19 december 2019 nog in debat met de Tweede Kamer over de Nederlandse luchtaanval op Hawija.
Volledig scherm
Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) ging 19 december 2019 nog in debat met de Tweede Kamer over de Nederlandse luchtaanval op Hawija. © ANP/Bart Maat

Bijleveld moet 90 Kamervragen beantwoorden na gegoochel met cijfers over burgerdoden Hawija

De Tweede Kamer is het gegoochel met cijfers over burgerdoden bij een Nederlandse aanval in Irak  beu en wil een tijdlijn zien. Zo hoopt zij precies na te gaan wanneer minister Ank Bijleveld van Defensie wat wist en in hoeverre zij de Kamer – al dan niet bewust – verkeerd heeft geïnformeerd.

Bijleveld meldde vorige maand aan het parlement dat de burgerdoden die in juni 2015 bij een Nederlandse aanval in Irak vielen, wel degelijk werden meegeteld in de Amerikaanse statistieken. Eerder ontkende de CDA-bewindsvrouw tegenover de Kamer keer op keer dat de Amerikanen deze doden ook meetelden in hun rapportages over burgerslachtoffers die in de strijd tegen IS vielen.

De Kamer wil daarom nu een overzicht van alle ‘mondelinge en schriftelijke’ contacten zien die het ministerie van Defensie had met Centcom, het Amerikaanse hoofdkwartier van waaruit de militaire missie tegen IS wordt aangestuurd. Ook wordt gevraagd of het kabinet nog wel vertrouwen heeft in de informatie die Centcom verstrekt.

Explosievenfabriek

Het zijn een paar van de in totaal 90 kritische Kamervragen over het omstreden Nederlandse bombardement op de Iraakse stad Hawija, die Bijleveld vóór 28 april moet beantwoorden. Bij die F-16-aanval vielen bijna vijf jaar geleden ongewild ongeveer zeventig burgerslachtoffers omdat in het doelwit, een explosievenfabriek, meer springstof bleek opgeslagen dan gedacht.

Bijleveld hield in de drie Kamerdebatten over de kwestie vol dat de Amerikanen de doden ‘nooit bevestigd’ hadden en dat zij dus ook niet kon bevestigen dat die doden werkelijk te betreuren waren. Dat bleek te wijten aan een administratieve fout, die op 5 december 2019 werd rechtgezet. Toen werden de zeventig burgerslachtoffers alsnog in de statistieken opgenomen.

Een Nederlandse F-16 vertrekt naar het Midden-Oosten.
Volledig scherm
Een Nederlandse F-16 vertrekt naar het Midden-Oosten. © ANP

Correctie

De correctie van de Amerikanen kwam pas op 28 februari per brief bij Bijleveld terecht. Toch wachtte zij tot 24 maart voordat zij de Kamer informeerde. De Kamer wil daarom weten ‘om welke reden het toezenden aan de Kamer zolang op zich heeft laten wachten’. 

De organisatie Airwars, die al jaren onderzoek doet naar burgerslachtoffers die vallen bij bombardementen, stelde al eerder dat er in grafieken een opmerkelijke piek te zien was tussen mei en juli 2015. De verklaring daarvoor, stelde de organisatie, kon alleen de Nederlandse aanval op Hawija zijn. Dat de Amerikanen op 5 december hun statistieken aanpasten, is extra pijnlijk voor Bijleveld omdat zij op 19 december in het laatste debat over de kwestie nog volhield dat de zeventig burgerdoden ‘geen onderdeel’ uitmaakten van de grafieken.