Volledig scherm
Ralph Blijlevens © Carlo ter Ellen

Blog | Knulligheid en amateurisme ten top in de wielersport

Natuurlijk was ik in Gelderland voor de start van de Giro d’Italia. Die zondag was ik ook in de buurt van Arnhem, waar Tom Dumoulin opnieuw de roze leiderstrui kreeg overhandigd en Maarten Tjallingii vlak bij zijn eigen huis in de bergtrui werd gehesen. Ik was vlakbij. Op Papendal. Niet voor de Italiaanse wielerronde, maar voor de wereldbekerwedstrijd BMX.

Wat een planning. Dat de UCI de belangrijkste BMX-wedstrijd van het jaar in Nederland houdt tegelijk met een doldwaze apotheose van de nationale voetbalcompetitie, dat kun je de wielerbond niet kwalijk nemen. Dat die zondag ook de ontknoping in de hoofdklasse van het hockey plaatsvond… soit. Maar dat je de wereldbekerwedstrijd op Papendal uitgerekend op de kalender zet terwijl iets verderop de Giro finisht, dat is amateurisme en knulligheid ten top.

Ondergeschoven kindje
BMX is - nog steeds - een sport waar het grote publiek eens in de vier jaar naar omkijkt. Tijdens de Olympische Spelen staat de sport in de highlights en zit Nederland op het puntje van de stoel als ene Laura Smulders naar het brons rijdt. Eens in de vier jaar juicht ons land voor iedere sporter in het oranje, ongeacht de tak van sport. Of het nou BMX, volleybal of vingerhoedjeschuiven is. De sport kan dus nog wel wat promotie gebruiken en wat is daarvoor een betere wedstrijd dan de Supercross World Cup in eigen land?

Alleen familie en vrienden
De tribunes zaten aardig vol op Papendal, maar dan wel met vooral trotse ouders, opa’s en oma’s, vrienden en BMX’ers voor wie de Supercross niet is weggelegd. Maar de media? Zeer mager bezet. Deze krant was dus aanwezig, net als De Volkskrant en ook Langs de Lijn had een verslaggever gestuurd. Niet voor live-reportages, want daarvoor gebeurde er die dag elders interessanters.

Volwassenen op kinderfietsjes
BMX kampt - nog steeds - met het imago van volwassenen op kinderfietsjes. Dat klopt gedeeltelijk, want ja, de fietsjes zijn tamelijk klein van formaat. Maar het zijn wel tweewielers waarmee hoge snelheden worden bereikt en waarmee meters ver én hoog door de lucht en indrukwekkende bulten wordt gesprongen. Wie dat met eigen ogen heeft gezien, die weet dus beter. En de enige keer dat een fietscrosser op het zadel zit, is na afloop van een race. Als de benen helemaal zijn volgelopen met melkzuur en staan op de pedalen gewoon onmogelijk is. Ik geef toe, dan klopt het plaatje niet en doet het geen recht aan de spectaculaire beelden kort ervoor tijdens de wedstrijd.

Goede zet
In het jaar van de Spelen van 2012 nodigde de KNWU Nederlandse sportjournalisten uit om op Papendal op de BMX een 'stukkie' over de replica van de olympische baan te rijden. Een goede zet, want wie bovenop de acht meters hoge en steile startheuvel stond, kreeg spontaan bibberende knieën, klotsende oksels en klapperde het kunstgebit uit de mond. Uit veiligheidsoverwegingen en zelfbescherming mochten de genodigden natuurlijk niet van de schans afrijden, maar kreeg iedereen wel een beter beeld van de facetten van de BMX-sport. Dat heeft niets te maken met lef, maar is combinatie van training, fysieke gesteldheid en techniek.

De wereldbekerwedstrijd op Papendal was dit jaar dus een gemiste kans om de sport onder de aandacht te brengen. Gelukkig krijgen de BMX’ers een herkansing. Straks in Rio

Ralph Blijlevens

Blogs