Volledig scherm
Ralph Blijlevens © Carlo ter Ellen

Blog | Stuiteren over de roemruchte kasseien

Deze blog begint met een waarschuwing: het ik-gehalte is erg hoog. Deze blog gaat namelijk over wat ik de aller-, aller-, allermooiste wedstrijd vind. Inderdaad, Parijs-Roubaix. En ooit had ik het geluk de klassieker der klassiekers te mogen beleven op de stoel vooraan in de ploegleiderswagen. Wat een dag!

Even om het in perspectief te kunnen plaatsen: Parijs-Roubaix is voor mij wat een WK-finale met Oranje is voor de voetbalfan. Van jongs af aan heb ik een grenzeloze en eigenlijk onbeschrijfelijke fascinatie voor die koers. Het is de combinatie van de heroïek, het lijden van de renners en de ongekende strijd op de erbarmelijke slechte kasseiwegen in het desolate Noord-Franse boerenlandschap. De Hel van het Noorden.

Boerenweggetjes
Wie eenmaal met eigen ogen de stenen schots en scheef heeft zien liggen, kan zich misschien een beetje een voorstelling maken van de pijn die het moet doen om op twee smalle bandjes over de boerenweggetjes te dokkeren. In een gebied waar je eigenlijk niet wilt komen, op de tweede zondag in april na.

En in tegenstelling tot die voetbalsupporter heb ik het geluk dat de wedstrijd ieder jaar verreden wordt, terwijl het nog maar de vraag is of het Nederlands elftal het WK überhaupt haalt… Iedere winter kijk ik uit naar het voorjaar, dat ons niet alleen de lente maar ook de koers brengt. Met als hoogtepunt, na Vlaanderens Mooiste, Paris-Roubaix.

Rudi Kemna
Het is 2010. Giant-Alpecin heet nog Skil-Shimano, een bescheiden ploegje. Het is me gelukt de stoel te bemachtigen naast ploegleider Rudi Kemna. Als een collega van een landelijke krant me bij de start in het fraaie Compiègne opmerkt, valt zijn mond letterlijk en figuurlijk open van verbazing. Ik zie dat in een fractie van een seconde allerlei vragen door z’n hoofd flitsen: hoe kan…? wat doet hij…? waarom sta ik…? Huh…??? Ik steek m’n duim op, knik naar hem en weg zijn we.

Pretoogjes
Na een klein uurtje rijden, parkeert Kemna de wagen in de berm. De stroken liggen nog een flink eind verderop, het tempo in de koers is gezapig. Uit de koelbox worden belegde stokbroodjes gehaald, de koffie komt uit de thermoskan. ,,Nu kan het nog, straks hebben we daar geen tijd voor.’’ Kemna lacht er ietwat geheimzinnig bij, met van die kleine pretoogjes. Terug in de auto duurt het niet lang of je merkt de verandering in het peloton. Je voelt, hoort en ruikt de spanning toenemen: het komt dichter bij, de poort die de weg naar de ‘Hel’ opent.

Euforisch gevoel
Flink wat valpartijen, materiaalpech, een kapot gebeukte buitenspiegel en een legertje afgewaaide renners later rijden we het beruchte Bos van Wallers in. Een smal en kaarsrecht pad. Het hele jaar gesloten voor autoverkeer, op die ene feestdag in dit niemandsland na. Eerlijk gezegd ben ik helemaal niet opgewonden of uitgelaten. Dat euforische gevoel heb ik pas een jaar later, bij de voorbeschouwingen op een nieuwe Parijs-Roubaix. Ook nu zie mezelf weer in de auto zitten en proef ik de stof in m’n mond, als we dwars door de meute over de gebutste stroken hobbelen. Strontweggetjes met mythische namen als Mons-en-Pévèle en Carrefour de l’Arbre.

Participerende journalistiek
Op de dag zelf kan ik niet rustig genieten van een van mijn meest bijzondere momenten als sportjournalist. Ik heb er de tijd niet voor, want ik zit in de auto als ‘hulpje’ van Kemna. Dat is immers de tegenprestatie. Participerende journalistiek, noemen wij dat. Mijn taak is Kemna door te geven wanneer de eerstvolgende kasseistrook er aan komt, hoe lang deze is, hoeveel sterren de secteur pavé heeft gekregen en op welke plek mensen van ‘onze’ ploeg staan met reservewielen, bidons en extra voeding. Zodat hij die informatie kan doorgeven aan zijn renners in de koers.

Geslaagd
De avond voor de wedstrijd is daarvoor een speciale vergadering belegd. In de bus van de ploeg liggen plattegronden uitgespreid, voorzien van felgekleurde letters en cijfers. Die corresponderen met een ingenieus schema, zodat aan het eind van iedere kasseistrook twee man van de ploeg staan. Een hele operatie. Tom Veelers komt die dag als dertiende over de streep in de oude velodroom. Als beste Nederlander. Mijn reportage is geslaagd.

Zondag is het weer zo ver. Eindelijk. Ik ben dit jaar niet in Frankrijk, maar gewoon thuis. In mijn zetel, zoals de Belgen dat noemen. De tv aan, iedereen het huis uit. De hond mag blijven, maar hij hoeft er niet op te rekenen dat-ie wordt uitgelaten. Zondag draait het voor mij maar om één ding: Parijs-Roubaix!

Ralph Blijlevens

Blogs