Volledig scherm
Sommige goudhaantjes zijn niet schuw. © Katja ter Wee

Dit is veruit het kleinste vogeltje dat we kennen in Twente: ‘Weegt minder dan een plakje worst’

In Twente en de Achterhoek leven vogels in alle soorten en maten. Zoals kraanvogels van ruim een meter groot en grauwe ganzen van zo’n 4 kilo. Met een grootte van 8,5 centimeter is het goudhaantje veruit de kleinste. Schoon aan de haak weegt hij 5 tot 6 gram, minder dan een plakje worst.

Goudhaantjes zijn veruit de kleinste vogeltjes die we in Europa kennen, alleen familielid vuurgoudhaan komt in de buurt met gemiddeld een grammetje meer op de weegschaal. Te zien zijn deze kaboutertjes onder de vogels maar weinig, ook al zijn het in Oost-Nederland veelvoorkomende broedvogels. De oorzaak van hun onbekendheid is niet de afmeting, maar het feit dat ze het grootste deel van het leven hoog in de toppen van dennenbomen doorbrengen. Maar als ze soms afdalen, bijvoorbeeld in koude winters bij voederplaatsen, zijn ze opmerkelijk tam.

De naam goudhaan is zonder twijfel geïnspireerd op het kleurige streepje op de kop, dat eruitziet als een hanenkammetje. Bij de goudhaan is de kam prachtig geel en bij de vuurgoudhaan feloranje, versterkt door een zwart-wit oogstreepje. Beide soorten leven als broedvogel in soortgelijke gebieden, maar het goudhaantje is bij ons veel algemener dan het vuurgoudhaantje. Ze leiden een verborgen leven in dennenbossen en worden meestal niet gezien, maar wel gehoord. Het roepje van de goudhaan is een hoog ‘zrie-zrie-zrie’, maar is alleen te horen bij windstil weer en door geoefende oren.

Favoriet

Volledig scherm
Een goudhaantje op zoek naar insecten in een grove den. Foto Hennie Gunnink © J Bengevoord

Voor de goudhaan zijn bossen met dennen en sparren veruit favoriet. Van nature komen bossen met grove dennen in Oost-Nederland op veel plaatsen voor, maar dit zijn vaak gemengde bossen met ook loofbomen. De meeste goudhaantjes broeden dan ook in dichte naaldbossen die ten behoeve van de houtproductie zijn aangelegd. Hier vinden ze beschutting, een geschikte plek voor het nestje en in de naaldbomen voldoende voedsel in de vorm van spinnetjes, motjes, luizen en andere insecten.

Het aantal goudhaantjes is zonder twijfel flink toegenomen toen vanaf 1900 bossen met dennen en sparren overal in Oost-Nederland werden aangeplant. Door de vraag naar mijnhout, palen om de schachten in kolenmijnen te stutten, was met het kaarsrechte naaldhout goed geld te verdienen. Vooral ‘woeste grond’, in de praktijk vaak heidevelden, werd met dennen en sparren beplant. Met de sluiting van de kolenmijnen verloren de dennenbossen hun economische betekenis. Het hout wordt nu gebruikt voor de productie van onder meer papier en spaanplaat.

Veel natuur- en boseigenaren kiezen nu voor een meer natuurlijk loofbos of een gemengd bos, waar de inheemse grove den nog wel een plaats heeft. Ook worden naaldbossen gekapt om de oorspronkelijke heide weer te herstellen, zoals op de Sallandse Heuvelrug. Het leefgebied voor de beide soorten goudhaantjes wordt daardoor langzaam maar zeker kleiner. Toch komen ze in Twente en de Achterhoek nog overal voor en kunnen in geschikte bossen een groot aantal broedparen present zijn. Ook in stedelijk gebied zijn ze present, bijvoorbeeld in parken, op begraafplaatsen of grote tuinen. Als er maar voldoende naaldbomen beschikbaar zijn.

Veluwe

Het aantal goudhaantjes in Nederland wordt door Sovon Vogelonderzoek Nederland geraamd op 45.000 tot 75.000 broedparen, waarvan enkele duizenden paren in Oost-Nederland. De meeste goudhaantjes in Nederland broeden op de Veluwe met grote oppervlakten naaldbos, maar ook delen van de Sallandse Heuvelrug zijn een geliefde broedplaats. Het vuurgoudhaantje is met landelijk 3500 tot 4200 paren veel minder algemeen. Een bolwerk vormen de meer open dennenbossen in het heuvellandschap van de Oldenzaalse stuwwal.

In de winter trekken goudhaantjes in groepjes rond, soms in gezelschap van andere vogels. Daarbij is niet duidelijk of dit uitsluitend broedvogels uit andere delen van Europa zijn of dat er ook in Nederland broedende goudhaantjes gewoon thuis overwinteren. In elk geval zijn er in Nederland ’s winters veel goudhaantjes in ons land, tot zo’n 400.000. Ze leven dan in de bossen, maar duiken dan soms ook op in tuinen. Ze zijn niet schuw en sommige goudhaantjes zijn zo tam, dat ze bij een behoedzame benadering zelfs kunnen worden aangeraakt. Vuurgoudhaantjes zijn ook ’s winters veel zeldzamer.

Uit onderzoek in heel Europa blijkt dat het aantal goudhaantjes en vuurgoudhaantjes jaarlijks sterk kan schommelen. Het is bekend dat deze minivogels met weinig ‘vet op de botten’ zeer kwetsbaar zijn voor de gevolgen van langdurige, strenge vorst en veel sneeuw op de plaatsen waar ze overwinteren. Toch constateert Sovon Vogelonderzoek Nederland ondanks de jaarlijkse schommelingen over een langere termijn een geleidelijke achteruitgang van de goudhaantjes. Zijn er in bossen veel minder insecten, zoals ook voor andere natuur in West-Europa is vastgesteld? Trekken ze na meerdere kwakkelwinters niet meer weg en worden dan verrast als het dan plotseling een paar weken toch gaat vriezen en sneeuwen? Het leven van de goudhaantjes roept nog veel vragen op.

Quote

Goudhaan­tjes zijn veruit de kleinste vogeltjes die we in Europa kennen