Volledig scherm
© Getty Images

Tubbergen en Dinkelland het rijkst, grote steden bungelen onderaan

kaartENSCHEDE - Inwoners van plattelandsgemeenten zijn gemiddeld genomen veel rijker dan stedelingen. Vooral boeren en ouderen maken het verschil.

Tubbergen en Dinkelland zijn de rijkste Twentse gemeenten. Enschede, Almelo en Hengelo bungelen onderaan het lijstje. Het doorsnee vermogen in Dinkelland (191.600) is ruim 21 keer hoger dan het doorsnee vermogen in Enschede (8.800). Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS).

Stad versus platteland

Het doorsnee vermogen is gelijk aan het middelste vermogen. Dat wil zeggen dat de helft van de huishoudens meer en de andere helft minder vermogen bezit. Het hoge doorsnee vermogen in de landelijke gemeenten komt door de grote aanwezigheid van boeren en ouderen. Het lage doorsnee vermogen in de stedelijke gemeenten wordt verklaard door het relatief grote aantal jongeren en migranten en het grote aantal huurwoningen.   

In 2018 bedroeg het doorsnee vermogen van Nederlandse huishoudens 38,4 duizend euro, 10 duizend euro meer dan een jaar eerder. De toename komt vooral doordat woningen in waarde bleven stijgen. Afgezien van de stedelijke gemeenten komen alle  gemeenten uit Twente en de Achterhoek ruim boven het landelijke gemiddelde uit. 

Geld in het bedrijf

Doordat de meeste Twentse gemeenten veel boeren hebben, hebben zij ook een hoog doorsnee vermogen. Boeren hebben over het algemeen veel geld in de onderneming zitten. „Ondernemingsvermogen is ook vermogen”, zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS. Ook de hoge concentratie ouderen, die gedurende hun leven een flink vermogen hebben opgebouwd, speelt in deze gemeenten een grote rol. 

Ondanks het hoge doorsnee vermogen halen Dinkelland en Tubbergen niet de landelijke top10. Deze wordt aangevoerd door Bloemendaal en bestaat verder uit veel Brabantse dorpen. Ook daar geldt: veel ouderen, veel boeren. 

In de grotere steden wordt het lage doorsnee vermogen verklaard door het relatief grote aantal jongeren, uitkeringsontvangers en personen met een niet-westerse migratieachtergrond. Deze groepen hebben doorgaans weinig vermogen, voornamelijk doordat velen in een huurhuis wonen in plaats van in een koophuis. Gemiddeld gezien bestaat 60% van het eigen vermogen uit de waarde van de eigen woning. 

Grote uitschieters

Het vermogen is nog niet op het niveau van 2008. Wanneer de eigen woning buiten beschouwing blijft, was het vermogen met 14,6 duizend euro iets hoger dan in 2017 en iets lager dan de piek in 2010. Het gemiddelde vermogen ligt in alle gemeenten veel hoger dan het doorsnee vermogen. Dit komt voornamelijk door hele grote uitschieters naar boven. 

De ongelijkheid in vermogen tussen huishoudens was in 2018 kleiner dan het jaar ervoor. De vermogensongelijkheid daalt al vanaf 2015, wat samenhangt met de aantrekkende woningmarkt. Tussen 2011 en 2014 nam de vermogensongelijkheid nog toe. Dit hing sterk samen met de daling van de huizenprijzen tijdens de economische crisis, die vooral de minder vermogende huizenbezitters trof. Rijkere huishoudens met een eigen woning hebben vaak ook andere bezittingen.