Volledig scherm
Slaapproblemen hebben ook effect op de partner. © anp

Twentse methode moet patiënt met slaapapneu helpen

ENSCHEDE - Twentse huisartsen willen met de nieuwe onderzoeksmethode OSAsense makkelijker en goedkoper vaststellen of iemand lijdt aan slaapapneu.  Nu nog lopen er in Nederland volgens onderzoek 300.000 mensen rond met de aandoening zonder dat ze het weten.

Soms is het overduidelijk, zegt de Hengelose huisarts in opleiding Kasper Veldhuis. Als hij op zijn spreekuur een 45-jarige man krijgt met overgewicht, die weinig beweegt, veel snurkt en last heeft van vermoeidheid dan is de diagnose al bijna gesteld: slaapapneu. Onderzoek in het slaapcentrum van het ZGT in Hengelo of MST in Enschede moet definitief uitsluitsel geven.

Maar vaak is het niet zo duidelijk, zegt Veldhuis. „Als iemand vage klachten heeft zoals een hoge bloeddruk, beginnende diabetes op jonge leeftijd of onverklaarbare vermoeidheid kan dat duiden op slaapapneu. Maar bij zulke vage klachten is een doorverwijzing naar een slaapcentrum een grote stap. Onderzoek kost zo 800 tot 1200 euro, het duurt lang voor de patiënt terecht kan en het kost hem zijn eigen risico. Dan is de drempel hoog om door te verwijzen omdat het slechts een van de mogelijke diagnoses is.”

Daarom is Veldhuis zo blij met de OSAsense. Huisartsenpraktijk Heikens in Almelo, waar Veldhuis werkt, gebruikt net als zestig andere Twentse huisartsen die methode nu een paar maanden. „Dit is een heel laagdrempelig onderzoek,  snel en goedkoop, het kost zo’n 140 euro. Waardoor je eerder tot onderzoek over gaat.”

Vingerhoedje

De OSAsense is een horloge, met daarbij een wegwerpvingerhoedje. Dat vingerhoedje meet het zuurstofgehalte. Als dat gehalte vijf keer per uur of vaker dipt in een nacht, duidt dat op slaapapneu. „Als ik een patiënt op het spreekuur heb en ik vermoed een kans op slaapapneu, dan koppel ik het horloge aan de computer, vul enkele gegevens van de patiënt in en geef het horloge vervolgens mee”, legt Veldhuis uit. „Thuis logt hij of zij in op de computer en vult een online vragenlijst in. ’s Nachts slaapt de patiënt met het horloge en het vingerhoedje, zodat er verschillende metingen worden gedaan.”

De volgende dag levert de patiënt het horloge weer in, krijgt de huisarts een uitgebreide analyse op basis van de vragenlijst en de nachtelijke metingen en kan hij binnen een paar minuten vaststellen hoe groot de kans op slaapapneu is. „Bij een serieuze verdenking volgt alsnog een doorverwijzing naar het slaapcentrum, maar dan met een hele gerichte verwijzing”, aldus de huisarts in opleiding. „Als we vaststellen dat er geen signalen zijn voor slaapapneu, kunnen we een andere oorzaak van de klachten zoeken. Veel sneller dan wanneer we moeten wachten bij een doorverwijzing naar het slaapcentrum en de uitkomsten van het onderzoek daar.”

Luchtpijp dicht

Bij obstructief slaapapneu valt de tong ’s nachts achter in de keel, waardoor de luchtpijp dicht wordt gedrukt. Dat veroorzaakt een dip in het zuurstofgehalte, waardoor de hersenen actief zijn om dit op te lossen. Met als gevolg dat je niet in een diepe slaap komt en mensen overdag vaak vermoeid of zeer slaperig zijn. 

„Er zijn goede oplossingen die zorgen dat de tong op z’n plek blijft”, zegt Veldhuis. „Zoals een mondbeugel. Of een mondkapje waardoor continu druk in de luchtpijp komt, zodat die open blijft. Mensen die een paar dagen zo’n mondkapje gebruiken voelen zich vaak als herboren. Ze hebben weer veel meer energie. Soms zijn er mensen die jaren met dit probleem rondlopen omdat ze niet weten dat ze het hebben. Terwijl het zo makkelijk te verhelpen is.”

Veldhuis is sinds het begin betrokken bij de ontwikkeling van OSAsense. In het najaar gaat hij naar een congres in Engeland met duizend Engelse huisartsen om daar te vertellen over de nieuwe Twentse methode. „Het is als een olievlek die zich steeds verder uitbreidt."