Volledig scherm
© AD/Hans Avontuur

Weg van het toerisme: de mooiste kant van Lanzarote

Het toerisme op dit Canarische eiland is overzichtelijk samengeklonterd in het zuiden. Wie voor ongerept en authentiek gaat, kiest voor het noorden. Daar liggen stille lagunes, dorpen, stranden en een palmenvallei.

Volledig scherm
© AD
Volledig scherm
© AD/Hans Avontuur

uit & thuis

Erheen
Dagelijks zijn er directe vluchten van Nederland naar Lanzarote met onder meer Transavia, Tui en Ryanair. Tickets vanaf ruim €100 voor een retour.

Het vliegveld ligt nabij Arrecife.

Vervoer ter plaatse
Tussen de grotere centra zijn prima busverbindingen, maar je hebt een auto nodig om zelfstandig te reizen en iets van het binnenland te zien. Dat regel je het best vanuit Nederland bij een betrouwbare partij. Let er bij zogenaamde brokers als Sunnycars en Holidaycars op bij welke maatschappij de auto daadwerkelijk wordt gehuurd. Dat maakt nogal verschil in voorwaarden. Zo worden extreem slechte ervaringen genoteerd met Goldcar, dat nog altijd actief is op Lanzarote.

Overnachten
De meeste accommodatie bevindt zich in het zuiden van het eiland. In het noorden gaat het vooral om kleinschalige hotelletjes, appartementen en huizen op het platteland. Belangrijker nog dan de accommodatie is wellicht de locatie. Tips: Arrieta voor een perfecte combinatie van strand en locale sfeer, Teguise voor een vleugje hip en de centrale ligging en Famara voor surfsfeer en een megastrand.

La Graciosa
Vanuit Orzola gaat meerdere keren per dag een ferry naar La Graciosa, het kleinste bewoonde eiland van de Canarische Eilanden. Er zijn twee dorpen waar je mountainbikes kunt huren om het eiland te verkennen. Wie wil blijven slapen, moet reserveren, want er zijn weinig mogelijkheden.

Meer informatie
turismolanzarote.com
turismoteguise.com
spain.info/nl

Volledig scherm
© AD/Hans Avontuur

Het is vroeg in de ochtend. Het water in de lagune van Charca de la Novia is vlak. De hoge golven van de Atlantische Oceaan worden gebroken door lavaformaties die als een rif voor de kust liggen. Op blote voeten loopt een eenling er door een exotisch landschap van lava, zand en een azuurblauwe zee. Wie hier komt, waant zich op de Cariben. Maar het is toch echt een van de Canarisch Eilanden.

Vanaf het strand is er uitzicht op La Graciosa, dat geliefd is bij dagjesmensen vanwege de ongerepte sfeer en stranden. Links liggen de witte huizen van het dorp Orzola, met pal daarachter de contouren van enkele gedoofde vulkanen van bijna 700 meter hoogte.

Krabben over de rotsen
In de ochtend en de vroege avond is de lagune op z'n mooist. Dan kabbelt het water en fluistert de wind. Soms is het zo stil dat je de krabben over de rotsen hoort lopen.

Charca de la Novia is een van de verborgen parels in het ongepolijste noorden van Lazarote. Zo liggen er langs de rotskust meer fraaie baaitjes en kleine stranden en ademt Orzola de ontspannen sfeer die in het zuiden van het eiland nauwelijks nog te vinden is. Vandaag is vandaag, morgen is morgen.

Bezoekers die vanuit het diepe zuiden naar het noorden rijden, komen er vooral voor de ferry naar La Graciosa en voor de Mirador del Rio, het uitkijkpunt dat kunstenaar César Manrique in een 474 meter hoge rotswand liet uithakken. Behalve het magistrale uitzicht op land en water, biedt de mirador ook een kijkje in de unieke werkwijze van Manrique, die kunst en natuur met elkaar wist te verbinden.

De kunstenaar, levend van 1919 tot 1992, wordt beschouwd als de redder van het eiland. Samen met zijn medestanders streed hij voor het behoud van het unieke karakter van het eiland, waarbij ze met succes het massatoerisme zoals dat heerst op Tenerife en Gran Canaria buiten de deur wisten te houden. Zijn aanbevelingen over bijvoorbeeld de maximale hoogte van gebouwen en de kleuren, worden nog altijd gevolgd.De enige hoogbouw die op het eiland te vinden is, werd gebouwd in de paar jaar dat Manrique in Amerika woonde.

Zwembassins
Terwijl in het zuiden de hotels en resorts schouder aan schouder staan, waait op de kade van Punta Mujeres slechts de wind. Geen ligbeddenverhuur, timeshareverkoop of kant-en-klaar toeristenvermaak. In de verte tokkelt de motor van een kleine vissersboot en op de rotspunt verderop staat een eenzame visser met twee hengels zijn geluk te beproeven. En de toeristen dan? Die hebben een plaatsje gevonden bij de natuurlijke zwembassins tussen de lavarotsen. Het is er er heerlijk wandelen langs oude vissershuisjes en nieuwere laagbouw die soms permanent wordt bewoond en soms alleen als vakantieonderkomen dienstdoet. Er staat een klein barretje, een winkeltje en een handvol parasols op een minuscuul pleintje. Zitten in de schaduw en turen over de blauwe zee.

Ook in het nabije Arrieta heerst de rust. En dat is opvallend, want in tegenstelling tot Punta Mujeres heeft het dorp wel een behoorlijk strand. Dat is vooral geliefd bij surfers. Arrieta is behalve een vissersdorp dan ook surf- en toeristendorp, maar eentje van het kleinschalige soort. De visrestaurants, behorend tot de beste van het eiland, en het strand worden voornamelijk ingenomen door Spanjaarden.

Dit is Lanzarote zoals je dat het minst verwacht. Zittend in een charmant dorp aan zee met een tafel vol tapas en om je heen vooral Spaanse families. Tijd is er een rekbaar begrip. Zodra er een schaaltje leeg is, wordt er een nieuw besteld. Gegrilde inktvis, garnalen, viskroketjes, aardappeltjes met mojo (Canarische saus), kip met verse groente. Af en toe waait een vleugje knoflook met de zilte zeelucht mee.

Zitten, eten, praten, drinken en kijken. Naar de oudjes op een bankje uit de wind, de gezinnetjes die in de branding kastelen bouwen, de helden die vanaf de metershoge pier in het water springen en naar de surfers die iets verderop de beste golven proberen te pakken. Ontspannen tot de zon ondergaat.

Kleinschalig
Het noorden van Lanzarote pakt je stukje bij beetje in. Met uitzondering van de badplaats Costa Teguise - overigens ook deels door Manrique ontworpen - regeert de kleinschaligheid. Rijden door het bijzondere binnenland. Gevormd door vulkanen. Het asfalt krult er over de flanken van kegels en kraters. Meestal is het landschap kaal en woest, soms hebben mensen er moedig kleine akkers aangelegd, omringd door stenen muren.

Weg van de kust bevinden zich dorpen waar het leven nog op dat van vijftig jaar geleden lijkt. Of toch in elk geval het tempo. Een van de leukste dorpen is Haría, in de vallei van de duizend palmen. Het is er fijn slenteren langs de vierkante witte huizen met groene en bruine luiken. Achtervolgd door een vriendelijk straathondje dat al evenmin haast maakt.

De bezoekers die er zijn, komen voor het graf en het museum van César Manrique, die de laatste jaren van zijn leven in Haría woonde. Toch is het vooral de serene sfeer die beklijft. In de straatjes, de traditionele Ney-Ya bar of op een terras onder de bomen van het Plaza León y Castillo, 's zondags het decor van een alternatieve markt.

César Manrique heeft, behalve de eerder genoemde Maridor del Rio meer werk op het eiland achtergelaten. Zoals Jameos del Agua, een paradijs van gangen, sculpturen en baden in een onderaardse lavagang van een oude vulkaan. En Museo Lagomar in Nazaret. Dit voormalige woonhuis werd geheel in de rotsen gebouwd en was volgens het mooiste verhaal één dag eigendom van filmster Omar Sharif, waarna hij het 's avonds verloor tijdens een spelletje poker.

Een huis kun je het eigenlijk niet noemen, meer een mini-Efteling vol kruip-door-sluip-door gangen met verrassende hoekjes. Zo voert een witte tunnel met stapstenen over een smalle vijver naar een binnentuin, daar ga je de trap op voor uitzicht en de bocht om voor een zitkamer. Fantasie als vorm van architectuur.

De werken van Manrique zijn illustratief voor Lanzarote. Op het eerste gezicht is er weinig te zien, maar als je vervolgens beter kijkt, blijkt er achter de façade een droomwereld schuil te gaan. Dat geldt voor het kleine oude centrum van de hoofdstad Arrecife, de Jardín del Cactus, Casa de Campesino en bijvoorbeeld het stadje Teguise.

Die voormalige hoofdstad moet je langzaam lopend voor je winnen. Liefst door de straatjes die met oude stenen zijn geplaveid. Ze voeren langs boetieks die een wat spirituele sfeer ademen met oosterse muziek, rustgevende geuren en kleding vanuit de hele wereld. Ook zijn er veel restaurants en leuke bars. Sommige traditioneel, de meeste een tikje hip. Zo worden tapas er als kleine kunstwerkjes geserveerd op een lange houten plank.

Sculpturen
Dat Teguise ooit het centrum van de macht was, is niet alleen te zien aan de imposante kerk, maar ook aan de fraaie lantaarns, sculpturen en patriciërshuizen. Een daarvan, het Casa Museo Palacio Spinola, is te bezoeken. Deels winkel, deels galerie en museum. Gasten dwalen er door vertrekken met hoge plafonds, grote houten ramen en prachtige deuren en vloeren. Op de binnenplaats stellen ze zich voor hoe de welgestelden hier in de 18de eeuw genoten van de verkoeling die de fontein in het midden gaf.

Vanuit Teguise is het niet zo ver naar Famara, het grootste en mooiste strand van het eiland. Populair bij surfers vanwege de golfgarantie. Het is kilometers lang en ligt deels beschut achter een enorme rotswand. In de verte zijn de vulkaankegels te zien van het nationaal park Timanfaya, de mooiste plek van het zuiden.

Met uitzondering van een verdwaald bungalowpark bevindt zich aan het strand geen accommodatie of horeca. Met dank aan Manrique wandel je er nu kilometers lang door een puur landschap van zee en land. Het spel van eb en vloed trekt voren in het zand, maakt eilandjes en binnenwaters. Voor grootse schoonheid hoef je op Lanzarote soms niets anders te doen dan je ogen te openen.

Volledig scherm
© AD/Hans Avontuur