Een grote schnitzel, soms
hoeft het niet spannender

Groter en spannender, met nog meer vermaak. Attractieparken moesten mee in de vaart der volkeren. Maar bij een enkeling is de tijd stil blijven staan. En dat heeft ook z’n charme.

Thuis in Oldenzaal hebben we een grote plastic zak met daarin vakantiefoto’s uit de jaren 70 en 80. Foto’s die ooit nog eens ingeplakt zouden worden, in zo’n album met van die handige zelfklevende pagina’s. Wat er echter nooit van is gekomen. Die plastic zak vormt een schatkamer aan jeugdherinneringen voor mijn broertjes en mezelf. De meeste kinderen bij ons op school gingen ’s zomers niet met hun ouders echt op vakantie. Maar bijna iedereen deed wel aan dagtochtjes. Wij ook. Doorgaans met familie. Gezellig. Onderweg picknicken. In een tijd van veel te lang haar en kleding met kleuren die pijn deden aan je ogen.

Attractieparken

Mijn generatiegenoten zullen bijna allemaal wel foto’s hebben die sprekend lijken op die van ons. Foto’s die gemaakt zijn in de attractieparken van destijds. Dicht bij huis, in De Waarbeek in Hengelo of in het Avonturenpark Hellendoorn. Of in Ponypark Slagharen: wie heeft er niet een foto van zichzelf tijdens een ritje op zo’n pony? Of we gingen, het was een rot eind rijden in onze Opel Kadett, naar het sprookjesbos in de Efteling in Kaatsheuvel. We beleefden de dag van je leven in de Flevohof. We reden stapvoets rond met de luxe wagen in Burgers’ Safari in Arnhem. Alles werd vastgelegd. Je ging niet op pad zonder tenminste één fototoestel aan boord. En als je een park of dierentuin binnenkwam, dan stond er altijd wel een fotograaf die het hele gezin vereeuwigde.

Veranderd

Intussen zijn de attractieparken behoorlijk veranderd. Slagharen heeft uiteindelijk zelfs de pony’s in de ban gedaan. De exploitanten moesten mee in de vaart der volkeren. Ze leverden jaar in jaar uit slag om de gunst van de bezoeker. Het moest steeds anders: groter, spannender, onderhoudender. Indutten kon niemand zich permitteren. Menig park ging desondanks toch nog bankroet. Afstanden vervaagden intussen. We zoeven nu de Efteling voorbij voor een paar daagjes Disneyland Parijs. Een paar uurtjes rijden naar het noorden, en je zit zo in Legoland in Denemarken.

Modelboerderij

Maar ergens in Westfalen in Duitsland is de tijd stil blijven staan. De Prickings-Hof bij Dülmen was in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw een supermoderne modelboerderij. De zelfbenoemde ‘Europa-Bauer Ewald’ hing zijn boerenbedrijf vol met boerenwijsheden en een vracht aan afbeeldingen, tot meerdere eer en glorie van zichzelf en de boerenfamilie waar hij was ingetrouwd. Bauer Ewald bedacht van alles om de toerist te blijven trekken. Op zijn 65ste verjaardag in 1994 - ook het jaar van zijn overlijden - haalde hij Larry ‘JR Ewing’ Hagman, toen wereldberoemde van de Amerikaanse televisieserie Dallas, naar zijn bedrijf, en concludeerde dat hijzelf intussen ook wel wereldberoemd moest zijn geworden. De Prickings-Hof werd bekend om de enorme borden vol met schnitzels die in het restaurant werden geserveerd, en de vanzelfsprekendheid om - als je verzadigd was - het overtollige vlees in plastic zakjes mee naar huis te nemen.

Typisch Duits

Ik was er afgelopen zaterdag nog. In mijn eentje, want niemand wilde mee. Ik bekeek de rondgang boven het vee en ook het museum van Bauer Ewald op mijn dooie gemak. In wezen bleek er in geen decennia iets te zijn veranderd. Modern is er helemaal niets meer in de Prickings-Hof. Buiten stonden een paar weinig spectaculaire speeltoestellen. Er was nog zo’n typisch Duits wildpark annex kinderboerderij. In het restaurant serveerden potige dames van middelbare leeftijd nog steeds een overvloed aan schnitzels, voor nog geen 13 euro.

Het was geweldig. Het was een weerzien met het verleden. Zo vermaakten we ons in de jaren 70 en 80. Hek eromheen, niets meer aan doen. Hopelijk zal niemand Doornroosje hier ooit wakker komen kussen.

René Rorink is werkzaam als advocaat in Hardenberg.

Volledig scherm
© Carlo ter Ellen DTCT