Gedenk de prominenten, ook als ze in ongenade vallen

Helden van toen kunnen van hun voetstuk vallen. Maar dat is geen reden om ze uit het collectieve geheugen te wissen. 

Als we vroeger op de zondagochtend naar opa en oma gingen, reden we aan de rand van Oldenzaal langs een klootschietbaan. Aan het begin van die baan lag een grote steen, met daarop een afbeelding van een man en ook de tekst ‘klootscheet’n was hem alles’. De betreffende persoon, bakker Hollink, verdiende volgens de klootschietvereniging een blijvende herinnering, en iedereen mocht dat weten. Nu is het zo dat elke club zijn eigen helden en heldinnen kent. Niet iedereen gaat er zo uitbundig mee om als daar in Oldenzaal. Maar in veel kantines en clubhuizen hangen naast de bekerkasten de met zorg ingelijste, veelal verkleurde, foto’s en oorkonden, om tot in de eeuwigheid de clubhelden te herinneren. De ongeschreven criteria op dit microniveau zijn: jarenlange grote inzet, betoonde clubliefde - en vooral - niet ruziemaken in de club.

Eeuwige roem

Op macroniveau ligt dat een stuk genuanceerder. Maar het is intussen duidelijk dat de prominente persoon die het in ons land om welke reden dan ook tot een standbeeld, monument of straatnaam heeft geschopt, bepaald niet kan uitgaan van de eeuwige roem. Het is in elk geval een goede gewoonte om af te wachten tot de persoon in kwestie de laatste adem heeft uitgeblazen. Ze kunnen je lelijk in verlegenheid brengen, de nog levende helden. In 1990 bijvoorbeeld werd Winnie Mandela veroordeeld voor betrokkenheid bij de ontvoering, mishandeling en moord op de 14-jarige Stompie Moeketsie Seipei. Dit terwijl de Rijksuniversiteit Groningen al een collegezaal naar haar had vernoemd.

Witte de With

In Nederland klinkt nu de roep het koloniale verleden ‘actief te doen vergeten’. Er is discussie over het Witte de With Center for Contemporary Art in Rotterdam. Die naam moet blijkbaar veranderd worden. Volgens een lawaaierige minderheid moet afstand worden genomen van deze figuur, zoals iedereen die in verband wordt gebracht met kolonialisme, slavenhandel of rooftochten. We moeten het deel van ons verleden waar we niet trots meer op zijn kennelijk uitwissen. Ik ben daar op tegen. Witte de With was als vlootvoogd, coördinerend admiraal, in de 17de eeuw van eminent belang voor Holland in de Gouden Eeuw. Of we de man in de functie die hij bekleedde anno 2017 als ‘goed’ of ‘fout’ menen te kunnen typeren, hij deed er ontegenzeggelijk toe. Ook al staat hij voor een periode waar we misschien liever niet meer aan worden herinnerd. Juist door dat bij tijd en wijle wèl te doen, weten we waarom Nederland is geworden zoals het is geworden. De Coentunnel moet om diezelfde reden zijn naam blijven houden, en er is ook geen reden om het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn te verwijderen. Beperk het tot een kritische tekst bij dat beeld.

Willem Drees

In Den Haag staat aan de Hofweg een monument voor Willem Drees. Het is een kwestie van tijd voordat Drees niet meer zal worden geroemd om alles wat hij heeft betekend voor de wederopbouw van het naoorlogse Nederland. Hij zal vast in toenemende mate worden geassocieerd met wat er in Nederlands-Indië in die eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog verkeerd is gegaan. Ook zal een kleine groep Dries van Agt steeds de besluitvorming nadragen die noodzakelijk was om medio jaren zeventig een eind te maken aan de terreur die ons land destijds in zijn greep hield. De beste man leeft nog, maar ik heb persoonlijk geen probleem met een blijvende herinnering aan de staatsman Van Agt. Integendeel: die behoort er ooit gewoon te komen.

Volledig scherm
© Carlo ter Ellen DTCT