Volledig scherm
De Nederlandse winnaars samen met de presenatoren tijdens het Groot Dictee der Nederlandse Taal in de Vergaderzaal van de Eerste Kamer. © anp

Nederland wint vernieuwde editie Groot Dictee

Nederland heeft zaterdagavond de 26e en vernieuwde editie gewonnen van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal. De twee Nederlandse finalisten, scenarist en regisseur Frank Ketelaar en Volkskrantlezer Mark Beumer, versloegen het Vlaamse koppel Bart Cannaerts (stand-upcomedian en televisiemaker) en Bert De Kerpel.

Het NTR-programma had dit jaar voor het eerst een andere opzet dan de voorgaande 25 keer. Eerder won degene met de minste fouten. Nu namen na het dictee een Nederlands en een Vlaams team het tegen elkaar op in de finale. In die teams zaten de beste 'gewone' speler en de beste prominente speler.

Zij moesten achtereenvolgens zes moeilijke woorden spellen: tomaten-groentesoep, of-of-, caffè latte, F-16-piloot, déjà-vugevoel en gequeued. In de finaleronde maakten de Nederlanders zes fouten. De Vlamingen maakten er acht.

Elf fouten
De zestig deelnemers maakten gemiddeld 23 fouten, evenveel als vorig jaar. Beumer en De Kerpel hadden als gewone deelnemers uit Nederland en Vlaanderen allebei de beste score, met elf fouten. Cannaerts was de beste Vlaming met zestien fouten. Ketelaar mocht met achttien fouten als beste BN'er naar de finale.

Andere bekende Nederlanders die meededen waren schaatser Koen Verweij, politiek verslaggever Ron Fresen, Ad Visser, actrice Katja Herbers en rapper Sef. Het dictee kende ook een Poolse deelnemer, Mateusz Klimek. Hij was eerder de winnaar van het Internationaal Studentendictee der Nederlandse Taal en maakte nu 32 fouten.

Lieve Joris
De Vlaamse schrijfster Lieve Joris schreef de tekst voor het dictee, met de titel 'Lang leve het heen-en-weer'. De deelnemers moesten zich vastbijten in woorden als redemptorist, collocatie, caoutchouc en promiscuïteitbevorderende seksshops.

Joris is vooral bekend van haar reisverhalen. Het eerste deel van haar dictee speelt zich dan ook in Congo af. Ze begon haar schrijversbestaan als journalist voor onder meer de Haagse Post en NRC Handelsblad.

Lang leve het heen-en-weer

Ik was een pensionaatsmeisje met een goeiige nonkel die redemptorist was en 's zondags te allen tijde een soutane droeg. In de Congolese brousse praatte hij Kikongo en dronk palmwijn zo zacht als leguanenhuid.

Pontificaal gezeten in mijn bomma's fauteuil, onder de Byzantijnse afbeelding van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand in haar karmozijnrode gewaad, een drupje Elixir d'Anvers op het ovale bijzettafeltje, liet heeroom tijdens zijn congé sigarenrook de kamer in kringelen.

Op mijn tweeëntwintigste verliet ik dit sacrosancte, breliaanse universum en verkaste naar Nederland, waar een kotelet een karbonade heette, caoutchouc rubber, een froufrou een pony en een brood niet grijs was maar bruin.

In Mokum voelde ik me algauw senang. Ik leerde jij-bakken pareren, linkmiegels vermijden en ervoer mijn expatriatie nooit als een collocatie. Allengs maakte ik kennis met hachee, gruttenpap en krentjebrij, maar ook met saté en spekkoek, en at niet alleen halal maar ook koosjer.

'Wordt mijn dochter daarginds niet te astrant?', weifelde mijn moeder. Ze prefereerde inmiddels dat ik Neerpelts sprak - alles beter dan dat gutturale Hollands. Mijn vader fulmineerde tegen het perfide drugsbeleid van de noorderburen en hun promiscuïteitbevorderende seksshops, maar hun eloquentie apprecieerde hij en het Groot Dictee miste hij niet één keer.

Jeminee, ben ik na al die jaren verkaasd? Vast en zeker, al val ik geenszins van Scylla in Charybdis wanneer ik - om te spreken met de onlangs verscheiden Drs. P - vice versa heen en weer vaar tussen beide taal- en cultuuroevers.