Volledig scherm
Ralph Blijlevens © Carlo ter Ellen

Mag het in Pyeongchang ietsje minder zijn?

ENSCHEDE - Het is als vloeken in de kerk, maar wat mij betreft halen ‘we’ op de Olympische Winterspelen in Pyeongchang minder schaatsmedailles op dan vier jaar eerder in Sotsji. Jammer voor de sporters, maar dat komt het internationale karakter van onze oer-Hollandse sport alleen ten goede.

Met het NK afstanden achter de rug, aankomend weekeinde de eerste wereldbekerwedstrijd in Heerenveen en de eerste rel in volle glorie – ‘wie gaan op de mass start voor goud zorgen’- staat het schaatsseizoen weer volop in de schijnwerpers. Een olympisch jaar, mocht u dat toch nog even zijn ontgaan. Want waar we ook rijden, welke tijden er worden geklokt en wat voor prijzen gewonnen worden; het gaat deze winter maar om één toernooi: de Olympische Spelen volgend jaar februari in Pyeongchang. De rest is allemaal bijzaak. Althans, zo lees en hoor je overal.

Vier jaar geleden scoorde Oranje ongekend op de Spelen. Van de twaalf schaatstitels in Sotsji wonnen de Nederlanders er acht. In totaal werden in 2014 36 medailles bij het langebaanschaatsen uitgedeeld, 23 gingen er naar een Nederlander. Van al onze schaatsers was Mark Tuitert, de olympisch kampioen van 2010, de enige die zonder eremetaal huiswaarts keerde. Bij iedere huldigingceremonie was tenminste één sporter met een oranje muts op te zien op het podium. Schaatsminnend Holland juichte als nooit tevoren. Oranjehysterie van de hoogste orde: GOUD GOUD GOUD en o wat zijn we goed…

Op z'n gat

Laten we het, wat mij betreft, bij die ene keer in Sotsji houden. En laten we vooral niet in Pyeongchang nog meer medailles willen winnen. Dat is namelijk niet goed voor de schaatssport. Een sport die internationaal gezien steeds minder uitstraling krijgt en vooral heel groot en belangrijk is in eigen land. Het ontbreken van buitenlandse concurrentie is een verdere devaluatie van het schaatsen. Behalve tijdens de Spelen zijn maar bitter weinig andere landen geïnteresseerd in een 10.000 meter, het allroundtoernooi ligt buiten Nederland al zo goed als op z’n gat. Wat betekent zo’n medaille dan nog eigenlijk als de internationale competitie en concurrentie ontbreekt? Hoe meer landen, des te meer deelnemers, des te mooier de strijd en des te waardevoller een prestatie.

Kijk naar het publiek op de tribunes tijdens grote schaatstoernooien. In Thialf zijn de schaatsfans paraat, maar tijdens een WK ergens in Rusland, Japan of Canada kun je de toeschouwers op een hand tellen. Goed te zien ook in een van de vele TV-uitzendingen van de nationale omroep, die er steeds weer trouw op uit trekt.

Hipper

Met de invoering van de mass start als kersverse discipline op het olympische programma hoopt het IOC het traditionele langebaanprogramma in Pyeongchang wat hipper en uitdagender te maken. Helaas is die minimarathon in eigen land voor velen nog vooral een bijnummertje, terwijl juist in de Aziatische landen dit onderdeel erg populair is.

Er is natuurlijk 1 uitzondering voor de Nederlandse medailleoogst in Zuid-Korea: de Enschedese Jorien ter Mors mag op alle afstanden olympisch kampioen worden. Dat dan wel weer!