Volledig scherm
© anp

Frans Maassen: Ik had veel meer moeten pokeren

Wat als... ?Als telt niet in de sport. Toch vragen wielrenners en fans zich af: Wat als...? Was die koers dan wél ge­wonnen? AD Sport­we­reld gaat voor de monu­mentale klas­siekers langs bij een Nederlandse renner die mijmert over die ene keer. Aflevering 1: Frans Maas­sen over Milaan-Sanremo van 1989, waarin hij tweede werd achter Laurent Fignon.

Quote

Mart Smeets kende mij nog niet. Die was echt aan het kijken van: wie is dat?

Frans Maassen
Volledig scherm
© ANP

Wanneer Frans Maassen deze dagen zijn wagen over de Poggio stuurt, kent de laatste heuvel van Milaan-Sanremo geen geheimen meer voor de ex-renner en ploegleider van Lotto-Jumbo. In 1989 is dat anders als 24-jarig broekie, rijdend voor Superconfex. ,,Ik was eigenlijk nog een beetje een snotneus'', zo kijkt Maassen in aanloop naar de lenteklassieker terug. ,,Ik reed de gehele wedstrijd goed in beeld, maar Mart Smeets kende mij nog niet. Die was echt aan het kijken van: wie is dat?"

Een jaar eerder heeft hij weliswaar een rit gewonnen in de Dauphiné en in Romandië, maar de klasse die Maassen in zijn eerste Milaan-Sanremo etaleert is van een andere orde. Maassen is weggesprongen na de
Cipressa en krijgt na een tijdje gezelschap van een tweevoudige Tourwinnaar met karakteristieke bril en vlassig wapperend blond haar. Juist, Laurent Fignon. Samen, keurig de kopbeurten verdelend, denderen de twee richting de Poggio.

Het ontzag van de Limburger voor Le Professeur is groot. ,,Insiders kenden mij, maar voor het grote publiek was dat anders. Ik had nooit gedacht daar op kop te rijden. Dat was ook mijn valkuil. Ik dacht: als ik nou volle bak doorrijd, dan word ik in elk geval tweede. Zo moet je niet denken.''

Kijk, zegt Maassen en hij schudt het hoofd. ,,Ik had gewoon nee moeten zeggen en nooit meer over moeten pakken. De grote kampioen Fignon was natuurlijk altijd door naar de finish gereden. Ik had achteraf gezien veel meer moeten pokeren.''

Maar Maassen is jong, voelt zich goed en is trots op zijn hoofdrol in de koers. Zelfs op de Poggio slooft hij zich nog uit met Fignon in zijn wiel. Goh, wat zou hij met de kennis van nu de tijd graag terugdraaien. ,,Ik kende de Poggio niet en dacht op een gegeven moment dat ik boven was. Maar na een stukje vlak liep de weg ineens weer omhoog. Nu weet ik precies dat het daar vaak breekt. Daar geven ze de laatste poef.''
(Artikel gaat verder onder de foto)

Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© ANP
Quote

Het klinkt raar voor de mensen, maar nu kun je op een boterham met pindakaas heel mooie wedstrij­den winnen

Frans Maassen

Laatste poef
Dat is precies wat de in 2010 op 50-jarige leeftijd overleden Fignon in '89 ook doet. Een laatste poef geven. ,,Net nadat ik nog een keer gas had gegeven'', zegt Maassen zuchtend. Op de top is het verschil zeven seconden. Maassen neemt risico in de afdaling, maar de zeven seconden blijven er zeven. ,,Eeuwig zonde, want ik had wel heel graag tegen hem gesprint. Of ik gewonnen had, weet ik niet. Maar dan had ik wel een kans gehad.''

Fignon wint voor het tweede jaar op een rij. Het is de tijd dat een ronderenner nog wint in Sanremo. Nu is het Italiaanse monument vooral een klassieker voor sprinters met inhoud. Zijn tweede plaats op de Via Roma is wel de doorbraak voor Maassen. Een grote klassiekerrenner lijkt op te staan. En inderdaad, twee jaar later wint hij in eigen streek de Amstel Gold Race. Weer twee jaar later volgt er de tweede plaats in de Ronde van Vlaanderen. Daarna wordt de carriè­re van Maassen in de kiem gesmoord. Na 1993 is Maassen plots pelotonvulling. Hij wikt, weegt, begrijpt er in eerste instantie nog niets van. ,,Ik werd betaald als een topper, maar reed rond als een matige knecht. Dat was heel erg frustrerend.''

De boosdoener? EPO. Het lijkt wel alsof de mannen voor hem op een brommer rijden. ,,Na '93 ben ik er nooit meer aan te pas gekomen. Het was puur onrecht. De UCI zei niet: je mag het niet nemen, ze zeiden: je hematocriet mag niet boven de 50 uitkomen. Dat is als tegen automobilisten zeggen: je mag 130 kilometer per uur rijden, maar niet harder.''

Na 1995 is Maassen het spuugzat. ,,Mijn drive was koersen winnen. Dat viel totaal weg. Ik had er geen plezier meer in.'' Hij, pas 29 jaar, stopt. ,,Terwijl ik wist dat ik in de kracht van mijn leven zat.'' Als ploegleider, eerst bij de junioren en daarna bij de profs van Rabobank, hervindt hij zijn plezier. Maar keer op keer zijn er de dopingbommen in zijn geliefde sport. ,,Daar heb ik het wel moeilijk mee gehad. Na de Rasmussen-affaire bijvoorbeeld. Gelukkig is er daarna wel een breed gedragen besef gekomen dat het zo niet langer kon. Het klinkt raar voor de mensen, maar nu kun je op een boterham met pindakaas heel mooie wedstrijden winnen.''

Hoe hij elke keer weer die teleurstelling te boven komt? ,,Als wielrenner leer je incasseren'', zegt Maassen na enige bedenktijd. ,,Je verliest veel vaker dan je wint.'' Een speciale band heeft hij nog altijd met Milaan-Sanremo, de koers waar hij dus debuteerde met een tweede plaats. De Primavera, waar Primoz Roglic en Juan José Lobato morgen zijn kopmannen zijn, is ook de enige klassieker die hij in al die jaren als ploegleider won, met Oscar Freire. ,,Die las die koers fenomenaal, voelde precies aan hoe je daar moest rijden.''

Glunderend vertelt Maassen over de keer dat Freire won, nadat Erik Zabel te vroeg had gejuicht. ,,Ik houd mijn renners nu voor dat kansen spaarzaam zijn. Ik dacht dat ik later vast nog een keer in de situatie zou komen om te winnen. Maar dat is in Sanremo helaas nooit meer gebeurd.''

Volledig scherm
© ANP