Het wonderlijke verhaal van de vervloekte Red Sox

De sportgeschiedenis barst van de bijzondere, spectaculaire en legendarische momenten. Dit jaar belichten we elke dag een historisch sportfragment van dezelfde datum. Op 3 januari brengt de tijdmachine ons naar 1920: de Vloek van de Bambino.

Honderd jaar geleden was Boston Red Sox de toonaangevende ploeg in het Amerikaanse honkbal. Aan de hand van sterspeler Babe Ruth werd drie keer de World Series gewonnen. Die successenreeks eindigde abrupt toen de eigenaar van de Red Sox besloot zijn vedette, bijgenaamd The Bambino, te verkopen. Aan New York Yankees nog wel, de aartsvijand. Het betekende een keerpunt in de honkbalgeschiedenis. Vanaf die dag, 3 januari 1920, werd Boston geteisterd door de Vloek van de Bambino.

Volledig scherm

Bijgeloof is een veel voorkomend fenomeen in de topsport. Voetballers die hun hele loopbaan eerst de linker- en dan de rechterkous aantrekken, wielrenners die het rugnummer dertien ondersteboven opspelden, tennissers die een ritueel afwerken voordat ze gaan serveren: profsport is een kerk voor bijgelovige zielen. De Vloek van de Bambino is wellicht de grootste exponent hiervan. De fans van Boston Red Sox dachten nooit meer de World Series te kunnen winnen sinds hun legendarische sterspeler Babe Ruth op die verdomde januaridag werd verkocht aan de vijand uit New York.

Bijna een eeuw zuchtte Boston onder de vloek. Tot in 2004. Tijdens een wedstrijd tegen de New York Yankees sloeg een Red Sox-speler een foul ball die per ongeluk in het gezicht belandde van een jeugdige Yankees-fan op de tribune. De jongen, die met twee gebroken tanden en een bebloed gezicht per ambulance werd afgevoerd, bleek in het huis te wonen waar Babe Ruth verbleef tijdens zijn New Yorkse jaren. De vloek was verbroken, de Red Sox wonnen dat seizoen eindelijk weer de World Series.

Klik hier voor alle afleveringen van deze rubriek