Volledig scherm
Ralph Blijlevens © Carlo ter Ellen

Blog | Feestdagen? Tankink en co ploeteren 's winters aan de costa's

Nog even en het voor Nederlandse schaatsers belangrijk(st)e toernooi staat voor de deur: het NK afstanden. Tussen de kerstdagen en oud en nieuw moeten de dames en heren op de dunne ijzers hun maandenlange trainingsarbeid omzetten in snelle tijden. Loon naar werken, zullen we maar zeggen.

Wie in de laatste dagen van het jaar de schaatsers over het ijs van Thialf ziet glijden, zou haast vergeten dat de sporters in de afgelopen zomermaanden al zijn begonnen met hun voorbereidingen op deze wedstrijd. Als helemaal niemand het over rondjes 32, Zamboni’s of de zijwaartse afzet heeft, zijn zij in hun hoofd al met heel andere dingen bezig. Gescoord moet er worden op het afstandentoernooi, waar titels en tickets naar nog mooiere – internationale – wedstrijden te verdienen zijn.

Keihard buffelen aan de costa's
Net zoals de wielrenners in deze periode ook al weer vele kilometers over het asfalt trappen om straks met de besten mee te kunnen doen. Wie nu geen goede basis legt, fietst in het voorjaar en de zomer achter de feiten aan. Omdat de weersomstandigheden deze maand in noordelijk Europa meestal niet goed genoeg zijn om buiten op de wegen te trainen, verzamelen de meeste wielerploegen zich onder de Spaanse zon. Aan de costa’s is het een komen en gaan van coureurs.

Dat klinkt mooi en aangenaam, maar de bittere waarheid is vaak anders. Onlangs was ik enkele dagen in Mojácar, een plaatsje in het oostelijke deel van Andalusië. Fraai gelegen tegen een bergrand, met aan de andere kant een heel lang zandstrand. Mojácar Playa is een vaste plek waar de Nederlandse wielerformatie LottoNL-Jumbo het nieuwe seizoen aftrapt. Bekend terrein dus voor Bram Tankink, de Haaksbergse renner die in 2017 aan zijn zeventiende jaar als profcoureur gaat beginnen.

Met zijn ploegmakkers, zoals ook Steven Lammertink uit Enter, zit hij er een kleine twee weken in een fraai hotel. Als de zon schijnt, is het prima toeven aan de Costa de Almeria, maar wanneer het anderhalve dag aan een stuk regent, dan vergaat de lol snel. In het Spaanse winterseizoen boeken maar heel weinig reizigers een vakantie naar het grote hotelcomplex, waar de eenzame bezoeker door de lege gangen doolt. Op weg naar een eveneens vrijwel lege eetzaal, waar een handvol tafeltjes gedekt is. In de hoek een paarse nepkerstboom, met flikkerende lampjes. Speciale servetjes, waar Feliz Navidad op staat. Dat dan wel.

Nee, de glitter en glamour van de wielersport is er ver te zoeken aan de natte Spaanse kust. Terwijl Nederland zich opmaakt voor de feestdagen en de laatste inkopen doet, pakken de coureurs maar weer eens de fiets voor een duurrit. Weer vijf tot zes uur lang kilometers maken. Van de kust naar het binnenland, waar het nog minder ‘druk’ is op de wegen.

Het leven van renners op trainingskamp is saai en monotoon: eten, fietsen en slapen zijn de drie hoofdingrediënten. Iedere dag weer. Maar het is nodig, om straks in de Giro, de Tour of in welke koers dan ook mee te kunnen doen.

Ralph Blijlevens

  1. Hoe profclubs jacht maken op talentjes van 10 jaar en jonger
    PREMIUM
    De Bankzitter

    Hoe profclubs jacht maken op talentjes van 10 jaar en jonger

    Toen ik me vorige week zaterdag in alle vroegte langs de lijn meldde - de aftrap van de topper was om 08.30 uur - zag ik de scout van FC Twente al met met pen en papier rondlopen. Iets verderop stond zijn collega van De Graafschap. Voor de goede orde: ik was bij een wedstrijd van voetballertjes onder 10 jaar in het grensgebied van Tukkers en Superboeren. De scout van FC Twente vroeg netjes naar de naam van een spelertje, nadat er een bal in de kruising was geschoten.