Volledig scherm
Ter illustratie. © ANP

Fikse boete van ministerie voor melkveehouderij uit Vriezenveen

ALMELO/VRIEZENVEEN - Het ministerie van Landbouw heeft een melkveehouderij uit Vriezenveen een fikse boete opgelegd omdat het bedrijf niet heeft voldaan aan de mestverwerkingsplicht. De bestuursrechter van de Rechtbank Overijssel heeft het beroep dat het bedrijf heeft ingesteld tegen de boete van in totaal 21.621,60 euro ongegrond verklaard.

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft de boete aan het bedrijf in Vriezenveen opgelegd naar aanleiding van een rapport van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De NVWA heeft in 2015 geconstateerd dat het bedrijf in de fout is gegaan met de Meststoffenwet. De vennoten van de melkveehouderij zijn tevens de vennoten van een akkerbouwbedrijf. Uit berekeningen van de NVWA is gebleken  dat in 2015 de melkveefosfaatproductie 9.014 kilo was. De plaatsingsruimte  bedroeg 6.829 fosfaat, volgens de NVWA was het melkveefosfaatoverschot 2.185 kilo. Uit vervoersbewijzen dierlijke mest bleek dat er 1.359 kilo fosfaat is verwerkt door middel van het overdragen op basis van de regionale mestverwerkingsovereenkomst (RMO).  ‘Er is daarom niet voldaan aan de uitzondering op het verbod (…) van de Meststoffenwet’ stelt het Openbaar Ministerie.

Niet voldaan

Raadsman Chiel Braakhuis van AgroAdvies Oost-Nederland stelt dat het bedrijf strikt genomen niet heeft voldaan aan de vereiste dat het gehele mestoverschot via de RMO moet worden afgevoerd. ‘Dit kan het bedrijf echter niet worden verweten omdat de melkveehouderij sneller is gegroeid dan vooraf was ingeschat, waardoor het bedrijfsoverschot hoger is uitgevallen dan was begroot.’ De melkveehouderij heeft in 2014 nieuw gebouwd. Tevens speelt volgens de raadsman van het bedrijf mee dat de melkveehouderij heeft gerekend met reguliere normen ‘omdat de analyse van stikstof in een maiskuil hoger uitviel.’  Er is volgens Braakhuis geen sprake van dat het bedrijf willens en wetens de regels heeft overtreden.

Verweer

De rechtbank stelt in reactie op het verweer van de boer dat de onverwachte snelle groei ‘niet buiten de invloedssfeer’ van het bedrijf ligt. De groei komt  volgens de rechter immers tot stand door de inkoop van vee en de natuurlijke aanwas door drachtige koeien. ‘Het bedrijf had deze te snelle groei kunnen tegengaan door verkoop van koeien dan wel koeien niet drachtig te laten worden.’ Wat de betreft het hogere stikstofgehalte in een maiskuil, had het bedrijf volgens de rechter ook om een heranalyse kunnen vragen. Dat is echter niet gebeurd. De bestuursrechter wijst daarom het bezwaar tegen de opgelegde boete af. De rechter stelt dat de overgedragen mest van het bedrijf op landbouwgrond had moeten worden aangewend. 

Almelo e.o.