Volledig scherm
Margreet Botter treedt in de voetsporen van haar ouders. © Margreet Botter

Met een kleine naar de grote vijf in Tanzania

Met de erfenis van haar ouders maakt Margreet Botter de reis die haar vader en moeder ook ooit maakten, naar Tanzania. Vriend Tim en zoon Jonathan gaan mee.

Quote

Op één dag spotten we vier soorten van de Big Five: olifant, waterbuf­fel, leeuw en neushoorn

Magreet Botter
Volledig scherm
© Margreet Botter

Terwijl we langzaam de immense Ngorongoro-krater inrijden en op onze eerste kudde zebra's en gnoes stuiten, vraag ik Jonathan (9): ,,Knijp me even in m'n arm!'' Zonder zijn blik van de beesten af te wenden, knijpt hij. Als ik opzij kijk, zie ik twee gezichten - dat van mijn zoon en van zijn vader - die net zoveel euforie moeten uitstralen als het mijne. Ik grijns en dank in stilte mijn ouders.

Als ik begin dit jaar, bij het uitzoeken van de spullen van mijn ouders, op het Tanzania-dagboek van mijn moeder stuit, weet ik ineens wat ik met de erfenis zal doen. Mijn vader is in november overleden, drie jaar na mijn moeder. 26 jaar geleden gingen ze voor een maand naar Tanzania. Een cadeau van het bedrijf waarvoor mijn vader werkte en dat een fabriek in Tanzania had. De rest van hun gezamenlijke leven ging er geen dag voorbij waarop de reist níet ter sprake kwam.

Op basis van m'n moeders verslag stippel ik de reis uit, deels in hun voetsporen. Beginnend in het noorden bij de Kilimanjaro, afzakkend naar het zuiden, eindigend op het eiland Zanzibar.

Dagboek
Uit het dagboek van mijn moeder, op dag 1: 'En toen zagen we Afrika. Een weg vol gaten en massa's mensen langs de kant. Voor de afwisseling ook nog een paar apen. De weg leek lang, veel langer dan hij was.'

Op de weg van het vliegtuig naar het hotel, vallen die gaten mee. Een dag later zien we dat er één verharde hoofdweg is en dat je, zodra je daarvan afwijkt, tussen de kuilen door zigzagt. Welkom in Afrika.

Die eerste dag absorberen we alles wat we tegenkomen. Ik maan onze chauffeur Baraka tot stoppen bij de eerste baobab die ik zie. Baraka kijkt me meewarig aan als ik enthousiast uit de auto spring om de boom te bewonderen. Vergeleken met de baobabs die we de rest van de vier weken nog tegenkomen, is het een kleintje. Telkens weer zullen ze me ontroeren, met hun pokdalige stam, hun wilde knottakken en hun kale kruin.

Quote

Na vijf dagen in wildparken kijken we niet eens vreemd op als er een baviaan aan het zwembad verschijnt

Margreet Botter
Volledig scherm
© Margreet Botter

Wolken
Baraka wil veel liever de Kilimanjaro laten zien, maar het topje van de berg blijft verstopt in de wolken. ,,Een reden om terug te komen," vindt Baraka. ,,En dan gaan we hem beklimmen,'' zeggen Tim en Jonathan vastbesloten.

Met de Kilimanjaro op de achtergrond komen we een Masaï tegen. Een rood kleed rond z'n fiere lijf, een speer in z'n hand, een trots hoofd... Hij loopt met een kudde koeien en geiten langs de weg. Ik geloof niet dat ik ooit een fotogenieker tafereel heb gezien.

De Masaï leven nog als nomaden. Ze bouwen hutten van modder en koeienstront. Ze wonen erin tot het gras voor de kudde schaars wordt en ze verder trekken. Als we bij een Masaï-dorpje komen, doen Jonathan en Tim een wedstrijdje hoogspringen met de mannen.

Later, ergens langs de weg van Arusha naar Ngorongoro zien we drie jongens van top tot teen in het zwart gehuld. Hun donkere huid is nóg donkerder geverfd, op hun gezichten witte geschilderde patronen. Ze kijken ons trots en uitdagend aan.

Traditie
Baraka legt uit dat het jonge Masaï zijn in de maanden van hun initiatie. ,,Ze zijn onlangs zonder verdoving besneden en leven nu een tijd in het wild. Vroeger moesten ze ook een leeuw doden om man te worden, maar die traditie bestaat niet meer.''

Als we de volgende dag de Ngorongoro- krater inrijden en na een bos paraplu-acacia's kuddes zebra's en gnoes zien, hoor ik in gedachten mijn moeder de vergelijking met het paradijs maken. Want daar lijkt het op, de dieren die voortsjokken zonder te worden opgejaagd en een enorme mannetjesolifant die vriendelijk voorbij wandelt.

Mijn moeder schrijft: 'We zien zebra's, gnoes, impala's en, dat was voor ons het mooiste, er stak een kudde olifanten de weg over! Een komisch gezicht. Grote en drie kleintjes, waarvan eentje nog maar pas geboren! Zo leuk!!!'

Op één dag spotten we vier soorten van de Big Five: olifant, waterbuffel, neushoorn en leeuw. Jonathan, die amper wist dat er een Grote Vijf bestond, neemt zich voor dat hij nu ook een jachtluipaard wil zien. ,,Ik vraag hem voor mijn verjaardag.''

Takkenbossen
We rijden van het noorden naar het midden van Tanzania. Naar Tanga, een groezelige havenplaats en tussenstop voor de reis naar het zuidelijker gelegen Bagamoyo. Onderweg hang ik voortdurend uit het raam, me verbazend over wat de mensen hier allemaal op hun fietsen en hoofden vervoeren: jerrycans vol water, enorme takkenbossen, grote zakken houtskool...

'Ik zie mensen die meer kleren dragen dan dat ze aanhebben,' schreef m'n moeder. En inderdaad, er lopen vrouwen met complete sokkenwinkels op hun hoofd.

Quote

Vergeleken met de baobabs die we de rest van de vier weken nog tegenkomen, is dit een kleintje

Margreet Botter
Volledig scherm
© Margreet Botter

Hutjes
We rijden door dorpjes, met elk zijn eigen specialiteit. In het ene dorp rijgen zich kraampjes met tomaat en ui aaneen, in het volgende gehucht worden alleen maar sinaasappels verkocht en wat kilometers verderop enkel mango's. De hutjes in de dorpen zijn opgetrokken uit koeienmest en lokale modder.

Op de ene plek zijn de hutjes terracotta-achtig van kleur, elders zijn ze grijs en op weer een andere plek okergeel. 'Het ziet er armoedig uit,' schrijft m'n moeder, 'maar de mensen die er wonen kijken blij en lijken gelukkig.' Ikzelf denk keer op keer hetzelfde te zien: arm maar gelukkig.

In het kustplaatsje Bagamoyo hangt een hippie-achtige sfeer met relatief veel toeristen en souvenirshopjes. Op het strand proberen vissers hun vangst te verkopen. Veel verser kun je het niet krijgen. Jonathan gruwt: ,,Ze leven nog!'' Hij houdt het liever bij chips mayai, frietjesomelet, zijn inmiddels favoriete Tanzaniaanse gerecht.

Wat betreft voedsel liet mijn moeder haar Nederlandse referentiekader snel los. 'We zien een paar meisjes sprinkhanen verzamelen, een lekker hapje,' zijn de nuchtere woorden van mijn moeder, voor wie in mijn herinnering pasta bolognese al te exotisch was.

Spoorlijnen
Via Tanga en Bagamoyo belanden we in het Hengelo van Tanzania: het centraal gelegen Morogoro. Ooit een bloeiende textielstad met fabrieken en een Nederlandse compound. Het is de stad waar voor mijn ouders de reis 26 jaar geleden begonnen. Nu zijn wij er als enige blanken een bezienswaardigheid. We lopen langs de spoorlijnen waarlangs mijn ouders dagelijks wandelden en we doen boodschappen op 'hun' markt.

Het eerste contact met de lokale bevolking verloopt, net als elders in het land, volgens een vast ritueel. 'Habari?' 'Nsuri.''Karibu.' 'Asante.' (Hoe gaat het? Goed. Welkom. Dankjewel.) Wie het riedeltje zonder al te veel haperingen goed afwerkt, krijgt een parelende lach als welkomstgebaar. Hoeveel van die lachende mensen zullen een kwarteeuw geleden een pen van mijn moeder hebben kregen? Ze heeft er minstens honderd uitgedeeld.

Na de drukke stad volgt een verblijf in Selous, een van de grootste wildreservaten van de wereld. Mijn ouders kwamen hier aangevlogen. 'Zo'n tochtje van een halfuur is fantastisch. Je kunt alles zien, de kleine dorpjes en de grote bossen. We gaan lekker schuin om nog wat wild te zien en maken een extra rondje omdat er zwijnen op de landingsbaan staan.'

Game drive
We logeren in Africa Safari Camp, aan de rand van het park, en gaan vandaaruit op game drive, met een gids in een jeep het park in. De dag voor Jonathans verjaardag komt het jachtluipaard op ons pad. Met een net gevangen knaagdier in z'n bek loopt-ie voor ons uit en we volgen hem met de auto. Hij verstopt z'n prooi in een boom en verdwijnt dan in de bushbush.

,,Dan wil ik als verjaardagscadeau wel een mannetjesleeuw,'' zegt Jonathan flexibel. En die krijgt-ie, samen met een groep leeuwen die een antilope aan het verorberen is. We zien alle denkbare dieren: giraffes, zebra's, gnoes, waterbokken, impala's, krokodillen, nijlpaarden, olifanten, hartenbeesten, waterbuffels en honderden mooie vogels. Na vijf dagen in wildparken kijken we niet eens vreemd op van een baviaan aan het zwembad.

Net als mijn ouders maken we daarna de oversteek naar het eiland Zanzibar. Dwalend door de smalle steegjes van Stonetown begrijp ik mijn moeders woorden: 'Het benauwt me hier en we zijn blij weer op onze kamer te zijn.' Ze hebben dan net ontdekt welk gruwelijk verleden deze plaats herbergt. Amper honderd jaar geleden werden hier nog slaven verhandeld die vanuit Oost-Afrika hiernaartoe werden gedreven. Toch is het ook een prachtig eiland met vruchtbare kruidenplantages, witte zandstranden en een turkoois gekleurde oceaan.

Adembenemend
Tijdens een van onze laatste adembenemende zonsondergangen, bekruipt me een gevoel van melancholie. Ik weet hoe zeer mijn moeder onder de indruk was van dit spektakel en betreur het dat ik dit moment niet met haar kan delen. Dan komt Jonathan dicht naast me zitten en zegt: ,,Wat mooi hè, mam.''

'Vroeger moesten jonge Masaï een leeuw doden om man te worden, maar die traditie bestaat niet meer'