'Ach, Hengelo doen we er op vrijdagmiddag wel even bij'

Wat is er nodig voor een goede ontwikkeling van de Twentse binnensteden? In elk geval geen onderlinge wedijver.

De afgelopen tijd wijdde deze krant enkele keren aandacht aan de planontwikkeling voor de Enschedese binnenstad. Dat leidde ook tot vervolgartikelen waarin die ontwikkeling werd vergeleken met het centrum van Hengelo en Almelo. Zelfs op de voormalige dubbelstad werd teruggekeken door de toenmalige wethouders Hans Kok (Hengelo) en Dick Buursink (Enschede).

Manhattan aan de Boulevard

Wat mij opviel was de wijze waarop de redactie deze artikelen vanaf het begin een bepaalde kleur gaf. ‘Manhattan aan de Boulevard in Enschede’ was de kop van het eerste artikel. ‘Enschede is booming, in alles’, een uitspraak van een makelaar, was de kop van een vervolgartikel. In een derde artikel onder de kop ‘De dans om de binnenstad’ mag een stedenbouwkundige uitleggen waarom Enschede het zo goed doet en het in Hengelo (‘halfslachtig’) en Almelo volgens hem aan duidelijke keuzes heeft ontbroken. Citaat: ‘In Enschede hebben ze dat begrepen, nu de rest van Twente nog’. Of zoals de makelaar stelde: ‘Enschede is Hengelo voorbij als stad waar mensen graag wonen’. In de terugblik op de dubbelstad stelt de redactie in een intro ‘Enschede ontwikkelt zich in sneltreinvaart. Hengelo raakt verder achterop’.

Bijstandsuitkering

Het gaf mij geen goed gevoel. Waarom Enschede framen als Manhattan? Dat zal het met drie woontorens nooit worden. En Enschede ‘booming in alles’ kunnen 7.500 inwoners met een bijstandsuitkering de makelaar zeker niet nazeggen. Die 150 miljoen euro aan investering in hun binnenstad gaat immers aan hun neus en portemonnee voorbij. 
|Wat ik zo jammer vind aan de toonzetting van deze artikelen, is dat ze met elkaar het beeld oproepen van onderlinge competitie wie de beste is van de Twentse steden. Dat Enschede nu wint en Hengelo en Almelo het nakijken hebben. Zo’n beeld versterkt verschillen en tegenstellingen.

Dubbelstad

Ten tijde van de discussie over de dubbelstad vierde dat ook hoogtij. Ongelooflijk wat voor idiote (voor)oordelen er uit Hengelo over Enschede werden verkondigd en andersom. Zo hoorde ik zeggen dat ze in Enschede nog niet eens met vork en mes konden eten (‘ga op zaterdag daar maar eens op de markt kijken’). Andersom vertelde een Enschedese beleidsambtenaar mij ‘ach Hengelo doen we er op vrijdagmiddag wel even bij’.
Het is het tegenovergestelde van wat er nu moet gebeuren voor een betere toekomst voor de mensen in deze mooie regio. Maar daarvoor moet de ontwikkeling van de Twentse binnensteden uitgaan van ieders eigen karakter en de kansen die dat biedt. Zo heeft de binnenstad van Almelo iets wat Hengelo en Enschede nooit zullen krijgen: water. Wat een prachtkans voor een aantrekkelijke binnenstad.

Draagvlak

De miljoeneninvestering in de binnenstad van Enschede is ook een prachtkans voor de stad, maar ook een gevaar. Het gevaar dat de eigen bevolking zich niet in de grootscheepse veranderingen zal herkennen. Het is daarom van belang dat de betrokken plannenmakers en bestuurders van meet af aan ook aan draagvlak en vertrouwen onder de bevolking werken, dat er iets moois gaat gebeuren in hun stad. Hún stad! 
Dat vereist een benadering van onderlinge krachtenbundeling in plaats van na-ijver. Bewoners mogen van hun bestuurders verwachten dat deze zich niet laten leiden door welke stad het beste is, maar juist beseffen dat hoe beter het met de ene stad gaat, hoe beter dat voor de ander is. Hengelo doe je er echt niet op vrijdagmiddag even bij.

De auteur is muzikant, tekstschrijver en componist en actief in de sociaal-culturele sector.

Volledig scherm
© Annina Romita